2. Protesten

Er waren protesten tegen de bouw van de kerncentrale Borssele die in juli 1969 startte zonder dat de vergunningen waren afgegeven. Op 28 augustus 1970 schreef de Vereniging Milieuhy­giëne Zeeland (VMZ) aan de minister van Economische Zaken een brief naar aanleiding van de ter visie legging van de aanvraag voor vergunning voor de kerncentrale. De VMZ merkte daarin op dat de stukken onvolledig waren en dat de burger zich op deze wijze geen juist oordeel kon vormen over gevaar, schade of hinder, die de kerncentrale met zich mee kan brengen.

Op 23 maart 1972, dus bijna drie jaar nadat de bouw was begon­nen, kreeg de PZEM een vergunning voor de kerncentrale. Er doemden echter een aantal problemen op. Er werden haarscheuren ontdekt in het reactorvat en vanuit de Verenigde Staten waaide toenemende kritiek over op het noodkoelsysteem van de kerncen­trale. [14]

In november 1972 verscheen een bericht dat de herziene versie van het veiligheidsrapport op het gemeentehuis van Borssele ter inzage ligt, echter deels in het Duits. In antwoord op de door de VMZ geuite bezwaren komt het antwoord: "Iedere ge­ïnteresseerde spreekt Duits". Dit alles vergrootte de onrust onder de bevolking, met als gevolg dat er zo'n 4000 bezwaar­schriften werden ingediend. [15]

Gedeputeerde Staten van Zeeland zagen in deze bezwaarschriften geen aanleiding Borssele niet op te starten. Als reactie hield de Commissie Borssele ad hoc, samen met Milieudefensie, Actie Strohalm, de PPR en andere groepen een informatieweek van 6 tot 14 mei. Het mocht allemaal niet baten. Op 19 juni 1973 verleende de toenmalige minister van Economische Zaken, Lub­bers (CDA), samen met de minister van Volksgezondheid Vorrink (PvdA) de vergunning om de kerncentrale in werking te stellen. Op 4 juli 1973 leverde de centrale stroom aan het koppelnet en de officiële start was op 25 oktober 1973 [16].