3. Harrisburg

Het verzet tegen de kerncentrale verstomde tot januari 1976, toen het Landelijk Energie Komitee en het Energie Komitee Zeeland een demonstratie hielden, waaraan 400 mensen deelna­men. Een nieuwe golf van verontrusting ontstond echter in 1979, nadat op 28 maart een kernsmelting had plaatsgevonden bij de kerncentrale te Harrisburg. Op 7 april organiseerden genoemde organisaties een demonstratie waar 4000 mensen aan deelnamen [17].

Op 13 mei van dat jaar maakten het Energie Komitee Zeeland en de Atoom Alarmgroep Groningen het contract tussen de PZEM en het Franse Cogema bekend over de opwerking van gebruikte brandstofelementen uit de kerncentrale Borssele. Dit contract bevat een aantal ingrijpende bepalingen voor verwerking en opslag van radioactief afval. Het parlement, dat tot dat moment van niets wist, moest de contracten echter wel goed keuren, vanwege de verplichting de restprodukten van de opwer­king terug te nemen.

De openbaarmaking van het contract zorgde voor veel publici­teit op radio en TV en in de kranten. De Tweede Kamer ging zich er mee bemoeien. De kwestie kwam tot 9 april 1981 (dus twee jaar lang) regelmatig in het nieuws. Naar aanleiding van de discussie over het opwerkingscontract, werd een motie voor sluiting van de kerncentrales met een kleine minderheid ver­worpen. [18]