5. Commissie Beek

user warning: Table './dr_stopkernener/node_counter' is marked as crashed and should be repaired query: UPDATE node_counter SET daycount = daycount + 1, totalcount = totalcount + 1, timestamp = 1280477737 WHERE nid = 41 in /var/www/drupal-5.16/includes/database.mysql.inc on line 174.

De sluiting van de kerncentrales werd een politiek item. Op 9 april 1981 steunden PvdA, D'66, PPR, PSP en CPN een motie voor sluiting van de kerncentrales. Deze visie werd ook neergelegd in de verkiezingsprogramma's van deze politieke partijen. Op 11 september 1981 sloten PvdA, CDA en D'66 een regeeraccoord waarin bepaald werd dat een commissie zich over de gevolgen van sluiting van de kerncentrales zou buigen. Dit werd ook vermeld in de regeringsverklaring van 16 november 1981.

Na veel geharrewar over de samenstelling van de commissie stelde de toenmalige minister van Economische Zaken, J. Ter­louw, op 17 mei 1982 de commissie Bestaande Kerncentrales onder voorzitterschap van prof. W. Beek te Delft [21]. Deze commissie presenteerde op 13 januari 1983 haar eindrapport[22], waarvan de belangrijkste conclusie luidde: onmiddellijke sluiting van de kerncentrales Dodewaard en Borssele kost 3,1 tot 5 miljard gulden.

De Stuurgroep Maatschappelijke discussie Energiebeleid onder voorzitterschap van M. de Brauw heeft over de vooronderstel­lingen van de Commissie-Beek een bijeenkomst georganiseerd op 20 mei 1983. Daar bracht B. de Vries, destijds werkzaam bij de Universiteit Groningen, naar voren dat de direct berekenbare kosten van sluiting beperkt blijven tot maximaal één miljard gulden. Het verschil met het rapport van de commissie-Beek zit vooral in de veel lagere kosten van vervangende brandstof, terwijl vervanging van de kerncentrale door de veel goedkopere warmte-kracht-installaties door deze commissie werd weggela­ten. Indien men bovendien nog de verborgen kosten van de splijtstofcyclus meeneemt, komen de kosten rond nul uit. [23]

De regering besloot dat de kerncentrale moesten openblijven [24]. De Tweede Kamer stemde hier op 19 oktober 1983 na een fel debat in meerderheid mee in [25].

In de jaren daarop bleek overduidelijk dat de commissie-Beek de kosten van sluiting overschat heeft. Een aantal provinciale en landelijke milieuorganisaties brachten op 20 maart 1987 een rapport uit dat gemaakt is met een rekenmodel van de Interfa­cultaire Vakgroep Energie en Milieu van de Rijksuniversiteit Groningen, getiteld "Kosten openhouden kerncentrales Dodewaard en Borssele". Uit dat rapport komt naar voren dat sinds 1983 de kosten van stroom uit de kerncentrale Borssele met 50 procent gestegen zijn, méér dan de commissie-Beek reëel acht­te. Aan de andere kant zijn de kosten van vervangende brand­stof juist gedaald. Zo kosten kolen maar de helft van wat de commissie-Beek veronderstelde. Het rapport van de milieuorga­nisaties stelt daarom vast dat het financieel juist voordelig is de kerncentrales te sluiten: dat levert 447 miljoen voord­eel op in vergelijking met doorgaan met de kerncentrales.

In de publieke opinie was echter het idee ontstaan dat slui­ting van de kerncentrales miljarden zou kosten. De kerncentra­les leken gered.