7. Nog langer mee

user warning: Table './dr_stopkernener/node_counter' is marked as crashed and should be repaired query: UPDATE node_counter SET daycount = daycount + 1, totalcount = totalcount + 1, timestamp = 1280477631 WHERE nid = 53 in /var/www/drupal-5.16/includes/database.mysql.inc on line 174.

De SEP stelde op 24 oktober 1991 een investeringsplan voor de kerncentrale Borssele vast [33]. Er moet 325 à 400 miljoen gulden uitgegeven worden, omdat er "bij de kerncentrale Borssele maatregelen nodig zijn om een veiligheidsniveau te realiseren dat vergelijkbaar is met wat intussen in de praktijk haalbaar is gebleken in de nieuwste kerncentrales", deelt de SEP mee. En voegt er aan toe: "zonder deze maatregelen zal de kerncen­trale vroeger buiten bedrijf moeten worden gesteld", en dat kost 775 tot 1000 miljoen gulden.

Naar in 1993 bleek was de SEP met het elektriciteitsbedrijf EPZ, waar de PZEM in op is gegaan, al sinds 1989 bezig met een studie maar de maatregelen [34]. Op 16 juli 1992 werd al een contract afgesloten met de reactorbouwer Siemens.

Over de te volgen procedure stelden Kamerleden vragen tijdens het mondeling overleg van 20 oktober 1992 over het Elektrici­teitsplan 1993-2002 [35]. De regering zegde toe eind 1992 infor­matie te geven. De gevraagde brief kwam pas op 7 mei 1993. Daaruit bleek dat de regering niet de snelle procedure wilde volgen, die ze had gedaan bij de kerncentrale Dodewaard. Die procedure had tot gevolg dat de vergunning van Dodewaard vernietigd werd. Die langere procedure betekent volgens de toenmalige minister van Economische Zaken, Andriessen, dat wijzigingen niet - zoals de SEP wilde - in 1995 of 1996 aange­bracht zouden zijn, maar pas in 1997. De oplapkosten zijn intussen gestegen naar 450 miljoen gulden, schrijft de mini­ster.

Deze brief wekte bij het Elektriciteitsbedrijf Zuid-Holland (EZH) weerstand. NRC-Handelsblad schreef op 10 juni 1993: "EZH weigert bijdrage beveiliging Borssele" en "Stroomproducent EZH wil van kerncentrale af."

Ondanks deze bezwaren startte intussen de procedure. In mei 1993 diende de Elektriciteits-Produktie Maatschappij Zuid-Nederland (EPZ) de startnotitie in voor het Project modifica­ties kernenergiecentrale Borssele. Daarop begon het ministerie van Economische Zaken op 18 juni 1993 een inspraakronde. Milieuorganisaties als Natuur en Milieu reageerden hierop met een brief van 14 juli 1993. Daarin wezen ze de startnotitie van de hand, onder andere omdat als meest milieuvriendelijk alternatief niet de sluiting van de kerncentrale genoemd wordt. Ook is volgens deze organisaties doorgaan met de kern­centrale niet gerechtvaardigd vanwege de hoge kosten van elektriciteitsopwekking.

Deze bezwaren werden door de Commissie voor de Milieu-Effec­trapportage niet behandeld. De commissie keurde in feite de startnotitie goed.

De overheid nam het advies van de Commissie over. De EPZ diende vervolgens op 20 december 1993 een vergunningaanvraag in. De overheid beschikte in augustus 1994 dat de geplande wijzigingen door konden gaan [36].