De redactie van het tijdschrift Natuurwetenschap en Techniek wil opslag van kernafval in “een onderzeese zoutkoepel, vijftig kilometer ten westen van Texel”. Om welke zoutkoepel het gaat moet volgens de directeur van de nationale opslagplaats voor kernafval, Hans Codée van de COVRA, geheim blijven.
(door Herman Damveld)
In juli j.l. vestigde het tijdschrift Natuurwetenschap & Techniek de aandacht op een energiescenario. Het is tot stand gekomen door “met een technocratische bril naar de Nederlandse energievoorziening te kijken”. Het plan is om een stuk of 20 kerncentrales te bouwen. De auteurs, Marcel Crok, Arnout Jaspers, Erick Vermeulen, stellen dat in 2035 de Nederlandse eindberging voor radioactief afval gereed zal zijn: “een kunstmatig
eiland boven een onderzeese zoutkoepel, vijftig kilometer ten westen van Texel”. Deze “berging op Nederlands grondgebied is, door openstelling voor andere Europese landen, winstgevend.”
De geschiedenis lijkt zich te herhalen. In 1982 verscheen een rapport van de Rijks Geolo-gi-sche Dienst (RGD) over het definitief opbergen van radioactief afval in een zoutkoepel onder de Noordzee. In de inlei-ding van het rapport staat te lezen dat de regering dit onder-zoek naar de Noordzee-koepels laat uitvoeren omdat de bevolking in het Noorden zich uitge-breid tegen de voorgenomen opslag in zoutkoepels onder land verzet. Van de dertien zout-koepels onder zee worden er twee 'voorlopig' onder-zocht. De RGD concludeerde dat één zoutkoepel vanwege de instabiliteit in ieder geval niet in aanmerking komt voor op-slag van kernafval. De andere voldoet niet aan alle gestelde criteria. De RGD wilde verder onderzoek. In een zoutkoepel onder de Noordzee zou het kernafval van een aantal landen opgeslagen kunnen worden. In maart 1983 deelde de toenmalige minister van Economisch Zaken, Gijs van Aardenne, echter aan de Tweede Kamer mee te willen stoppen met de Noordzee-zoutkoepels, omdat het teveel kost en het buitenland er geen belangstelling voor heeft.
De ongeschikt verklaarde zoutkoepels waar het toen om ging liggen op 75 kilometer ten noordwesten van Texel. Op 50 kilometer ten westen van dit eiland ligt helemaal geen zoutkoepel. Desgevraagd deelt Arnout Jaspers van genoemd tijdschrift mee, niet te weten welke zoutkoepel dan wel op 50 kilometer ten westen van Texel ligt. Hij verwijst door naar Hans Codée, directeur van de bovengrondse opslagplaats voor kernafval in Zeeland. Die heb ik om opheldering gevraagd. Zijn reactie was: “Om te voorkomen dat nu reeds vanuit Groningen een actiegroep wordt gevormd voor de zeesla, kwallen, zee-egels en andere kwetsbare elementen in de Noordzee moet ik de precieze ligging van de zoutkoepel voor me houden.”