Borssele dichter bij ongeluk dan Zweedse kerncentrale

Begin augustus ontstond veel ophef over een incident in de Zweedse kerncentrale Forsmark-1. Het verhaal ging dat de centrale dicht bij een kernsmelting was. Maar de kerncentrale Borssele is er twee keer dichter bij geweest.

In de Zweedse kerncentrale viel de stroom uit door een storing in het electriciteitsnet. Forsmark-1 beschikt over vier noodaggregaten, die er voor moeten zorgen dat de pompen voor de koeling in werking blijven. Twee daarvan vielen uit. In Borssele heeft die situatie zich twee keer voorgedaan, waarbij de ene keer twee van de drie noodaggregaten het begaven, en een keer zelfs alle drie.
De eerste keer ging het mis in 1986, toen tijdens een brandstofwisseling in de kerncentrale een nieuwe transformator in bedrijf werd genomen. Bij het testen daarvan ontstond een storing en viel de elektrische voeding uit. Door een menselijke fout kwam slechts één van de drie noodaggregaten in werking. Gevolg: geen van de koelwaterpompen deed het en daardoor viel dat ene functionerende noodaggregaat ook uit. Door inschakeling van de elektrische verbindingen met de kolencentrale vlak naast de kerncentrale, kon de kerncentrale van stroom worden voorzien en werd een kernsmelting voorkomen.
In 1987 ging het mis terwijl Borssele in vol bedrijf was. Er moest overgescha-keld worden op stroomlevering uit het elektriciteitsnet. Dat mislukte en er ontstond een noodstroom-situatie. Twee nood-aggregaten kwamen in bedrijf, waarvan er één na zeven minuten uitviel. Het derde paraat staande aggregaat kwam in werking. Kort daarna vielen de koelpompen, de noodkoelwaterpompen en de nevenkoelwaterpompen uit. Van de drie diesel-aangedreven pompen werkte er toen nog maar één. De storingen kregen destijds veel media-aandacht en het leidde tot miljoenen kostende aanpassingen.